**1..** Indien het inkomen gedurende de referteperiode maximaal 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm bedraagt, wordt de hoogte van de langdurigheidstoeslag per jaar vastgesteld op:
voor gehuwden € 500,00,
voor een alleenstaande ouder € 450,00,
voor een alleenstaande € 350,00.
Indien het inkomen gedurende de referteperiode meer dan 100% doch maximaal 105% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm bedraagt, wordt de hoogte van de langdurigheidstoeslag per jaar vastgesteld op:
voor gehuwden € 250,00,
voor een alleenstaande ouder € 225,00,
voor een alleenstaande € 175,00.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
**3..** Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
**4..** Het bedrag van de langdurigheidstoeslag, genoemd in artikel 3 lid 1 wordt elk jaar per1 januari geïndexeerd op basis van de “consumentenindex alle huishoudens van het “Centraal Bureau voor de Statistiek”, voor het eerst per 1-1-2010.