Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012

De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. Voor de toepassing van dit artikel wordt een persoon niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen voor zover dit per maand lager is dan 50 % van het netto minimumloon als bedoeld in artikel 37 van de wet en met inkomsten van kinderen tot 21 jaar uitsluitend uit vakantiewerk voor zover de periode van vakantiewerk een maximum van acht weken niet overschrijdt; of: meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; een verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd; een verzorgende die de zorgbehoevende belanghebbende verzorgt; medebewoners die op het adres van belanghebbende zelfstandige woonruimte huren opbasis van een commerciële huurovereenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel