Het college verstaat onder een persoonsgebonden budget te besteden aan een vervoersvoorziening zoals bedoel in artikel 6.1, sub c en sub d, van de Verordening;
**1..** een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van:
een taxi;
een eigen auto of vervoer door derden;
een combinatie van a. en b.;
een rolstoeltaxi;
een voor rolstoelgebruik aangepast vervoermiddel, niet zijnde een taxi;
een combinatie van d. en e.;
een bruikleenauto / buitenwagen met verbrandingsmotor;
of een ander verplaatsingsmiddel dan de in sub a t/m g genoemde.
**2..** een tegemoetkoming in de kosten van:
een gehandicaptenparkeerkaart en/of -plaats;
aanpassing van de eigen auto;
aanpassing van een ander verplaatsingsmiddel;
**3..** een tegemoetkoming in de kosten van een al dan niet aangepaste voorziening in de vorm van:
een scootermobiel / open elektrische buitenwagen;
een gesloten buitenwagen;
een auto;
een ander verplaatsingsmiddel.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Vervoersvoorziening als persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009