Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.8

Persoongebonden budget voor scootermobielen (koop)

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009

1.. Het persoonsgebonden budget voor een scootermobiel omvat twee bestanddelen: een eenmalige vergoeding voor de aanschaf (A) en een jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering (B). Het persoonsgebonden budget bedraagt, rekening houdend met de kosten voor verzekering en onderhoud voor de gehele gebruiksperiode, als bedoeld in het derde lid, ten hoogste: voor een scootermobiel voor gebruik in de woonomgeving (10 km/uur): € 3.075,00 (A) + € 1.250,00 (B) = € 4.325,00; voor een scootermobiel voor buiten en intensief gebruik (15 km/uur): € 4.725,00 (A) + € 1.750,00 (B) = € 6.475,00. 2.. Bij de verstrekking van het persoonsgebonden budget stelt de gemeente een programma van eisen voor de voorziening beschikbaar. 3.. De gemeente hanteert een gebruiksduur van minimaal 6 jaar voor een scootermobiel. 4.. De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur de via het persoonsgebonden budget aangeschafte scootermobiel voldoende te laten onderhouden. 5.. De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur voor de via het persoonsgebonden budget aangeschafte scootermobiel tenminste een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. 6.. De gemeente vergoedt alleen de werkelijk gemaakte kosten van de aanschaf van de scootermobiel op basis van aankoopbewijs of vooruitbetaald op basis van een offerte. 7.. De meerkosten die verband houden met noodzakelijke individuele aanpassingen worden voor 100% vergoed. 8.. De jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van een scootermobiel wordt voor de eerste keer versterkt in het jaar volgend op het jaar van aanschaf. 9.. Indien vast staat dat de aanvrager de scootermobiel niet meer gebruikt, is hij gehouden deze aan de gemeente in eigendom over te dragen dan wel de restwaarde ervan te vergoeden. Bij overlijden van de aanvrager binnen de gebruiksduur van de scootermobiel rust deze verplichting op de erfgenamen van de aanvrager. 10.. Indien vanwege medische redenen binnen 6 jaar opnieuw een persoonsgebonden budget voor een scootermobiel wordt aangevraagd, dan wordt deze eventueel verstrekt onder inhouding van het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte scootermobiel. 11. Indien degene aan wie een persoonsgebonden budget voor een scootermobiel is toegekend, binnen 6 jaar verhuist, dan wordt het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte scootermobiel gevorderd, tenzij de gemeente van de nieuwe woonplaats de verstrekking overneemt. 12.. De restwaarde van de scootermobiel wordt als volgt bepaald: Bij verhuizing of overlijden van aanvrager of niet meer adequaat zijn van de scootermobiel Restwaarde als percentage van verstrekt aanschaf gedeelte van het PGB ~ in het eerste jaar 85% ~ in het tweede jaar 70% ~ in het derde jaar 55% ~ in het vierde jaar 40% ~ in het vijfde jaar 25% ~ in het zesde jaar 10%

Rechtspraak bij dit artikel