Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.2

Persoonsqiebonden budget voor een rolstoel (koop)

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009

1.. 1.Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel omvat twee bestanddelen: een eenmalige vergoeding voor de aanschaf (A) en een jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en eventueel verzekering (B). Het persoonsgebonden budget bedraagt, rekening houdend met de kosten voor verzekering en onderhoud voor de gehele gebruiksperiode, als bedoeld in het derde lid, ten hoogste: Soort voorziening Totaal (A + B) Aanschaf (A) Verzekering en onderhoud voor hele periode (B) Duwwandelwagen voor continu gebruik € 3.600 € 3.100 € 500 Handbewogen rolstoel voor incidenteel / kortdurend gebruik € 1.025 € 775 € 250 Handbewogen rolstoel voor (semi-)permanent / algemeen gebruik € 2.275 € 1.775 € 500 handbewogen rolstoel voor actiefgebruik € 2.975 € 2.475 € 500 Elektrische rolstoel voor (semi-) permanent gebruik, primair binnen maar ook in en om het huis € 9.775 € 7.275 € 2.500 Elektrische rolstoel voor (semi-) permanent gebruik, primair buiten maar ook binnenshuis € 11.650 € 9.150 € 2.500 2.. Bij de verstrekking van het persoonsgebonden budget stelt de gemeente een programma van eisen voor de rolstoel beschikbaar. 3.. De gemeente hanteert een gebruiksduur van minimaal 6 jaar voor een rolstoel. 4.. De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur de via het persoonsgebonden budget aangeschafte rolstoel voldoende te laten onderhouden. 5.. De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur voor de via het persoonsgebonden budget aangeschafte rolstoel tenminste een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. 6.. De gemeente vergoedt alleen de werkelijk gemaakte kosten van de aanschaf van de rolstoel op basis van aankoopbewijs of vooruitbetaald op basis van een offerte. 7.. De meerkosten die verband houden met noodzakelijke individuele aanpassingen worden voor 100% vergoed. 8.. De jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van een rolstoel wordt voor de eerste keer versterkt in het jaar volgend op het jaar van aanschaf. 9.. Indien vast staat dat de aanvrager de rolstoel niet meer gebruikt, is hij gehouden deze aan de gemeente in eigendom over te dragen dan wel de restwaarde ervan te vergoeden. Bij overlijden van de aanvrager binnen de gebruiksduur van de voorziening rust deze verplichting op de erfgenamen van de aanvrager. 10.. Indien vanwege medische redenen binnen 6 jaar opnieuw een persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt aangevraagd, dan wordt deze eventueel verstrekt onder inhouding van het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte rolstoel. 11. Indien degene aan wie een persoonsgebonden budget voor een rolstoel is toegekend, binnen 6 jaar verhuist, dan wordt het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte rolstoel gevorderd, tenzij de gemeente van de nieuwe woonplaats de verstrekking overneemt. 12. De restwaarde van de rolstoel wordt als volgt bepaald: Bij verhuizing of overlijden van aanvrager of niet meer adequaat zijn van de voorziening Restwaarde als percentage van het aanschafgedeelte van het PGB ~in het eerste jaar 85 % ~in het tweede jaar 70 % ~ in het derde jaar 55 % ~in het vierde jaar 40 % ~in het vijfde jaar 25 % ~ in het zesde jaar 10 %

Rechtspraak bij dit artikel