**1..** Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het gemiddelde netto inkomen niet uitkomt boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**2..** Tot het inkomen wordt niet gerekend:
a. de middelen, zoals genoemd in artikel 31, lid 2 van de wet;
b. verstrekkingen in het kader van de bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag.
**3..** Onder inkomen als bedoeld in lid 1 wordt verstaan het inkomen exclusief vakantietoeslag, verhoogd met het percentage als bedoeld in artikel 19 lid 3 van de wet. Bij een inkomen waarover geen vakantiegeld wordt ontvangen of wordt gereserveerd wordt geen verhoging toegepast met het percentage als bedoeld in artikel 19 lid 3 van de wet.
**4..** Ten aanzien van perioden waarin een belanghebbende is uitgesloten van het recht op bijstand wordt een belanghebbende voor de toepassing van het eerste lid geacht tenminste een inkomen te hebben ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm.
**5..** Ten aanzien van perioden waarin bij gehuwden één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op bijstand worden zij voor de toepassing van het eerste lid geacht tenminste een inkomen te hebben ter hoogte van 100% van de gehuwdennorm.
**6..** Het College kan nadere uitvoeringsregels stellen ten aanzien van de bepaling van lid 3.