Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN 2015

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. 4.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon en/of internet inloggen op de centrale computer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel