Op grond van het eerste lid zijn op de vergaderingen van het algemeen bestuur de bepalingen inzake de vergaderingen van de gemeenteraad van overeenkomstige toepassing. Dit betekent bijvoorbeeld dat dezelfde voorschriften gelden voor de oproeping van de leden (artikel 19 van de Gemeentewet), het quorum (artikel 20 van de Gemeentewet), en het vergaderen met gesloten deuren (artikel 24 van de Gemeentewet) In aanvulling op hetgeen in artikel 86 van de Gemeentewet is bepaald, is in het tweede lid opgenomen dat de opgelegde geheimhouding niet geldt voor de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Zij hebben, ook als er geheimhouding is opgelegd, wel recht op inzage in de stukken. Dit vanzelfsprekend voor zover de stukken zien op bevoegdheden die door hen aan de bestuurscommissie zijn toegekend. Het inzagerecht van de gemeenteraad is dus beperkt tot de stukken die zien op bevoegdheden die door de gemeenteraad aan de bestuurscommissie zijn toegekend. Het recht strekt zich niet uit over de stukken die zien op bevoegdheden van het college of de burgemeester.
Voor de stemmingen binnen het algemeen bestuur gelden eveneens dezelfde bepalingen als die voor de stemmingen in de gemeenteraad gelden. Dit met dien verstande dat in afwijking van artikel 32 van de Gemeentewet is bepaald dat als de stemmen binnen het algemeen bestuur staken, de voorzitter een doorslaggevende stem heeft.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 11:
vergaderingen algemeen bestuur
Onderdeel van Verordening op de bestuurscommissies 2013