Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 13:

benoeming dagelijks bestuur

Onderdeel van Verordening op de bestuurscommissies 2013

In het eerste lid wordt bepaald dat het algemeen bestuur in zijn eerste vergadering na de verkiezingen een tijdelijk voorzitter van het dagelijks bestuur benoemt. Als er meerdere kandidaten zijn en geen van hen na stemming de volstrekte meerderheid behaalt, dan voorziet het tweede lid erin dat er een tweede stemming komt tussen de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben gekregen. Als deze tweede stemming ook geen volstrekte meerderheid voor een kandidaat oplevert, dan vervult de lijsttrekker van de groepering waarop bij de verkiezingen de meeste stemmen zijn uitgebracht, tijdelijk de functie van voorzitter. De definitieve benoeming van de voorzitter vindt plaats tezamen met het benoemen van de twee overige leden van het dagelijks bestuur. In de verordening is bepaald dat deze benoemingen plaatsvinden op de tweede maandag volgend op de dag waarop het algemeen bestuur is geïnstalleerd. Over de benoeming van de leden wordt gestemd (vierde lid). Deze stemming verloopt op dezelfde wijze als hiervoor beschreven is. Voor het overige is voor de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur in grote lijnen aangesloten bij de procedure die voor de benoeming van wethouders geldt (vijfde en zesde lid).

Rechtspraak bij dit artikel