Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 28:

advies bestuurscommissies

Onderdeel van Verordening op de bestuurscommissies 2013

1.. Het college van burgemeester en wethouders betrekt de bestuurscommissies bij de voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissies of de bestuurscommissies een rol krijgen in de uitvoering van die kaders. Als de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders voornemens is over de kaders een besluit te nemen, in ieder geval bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wint het college van burgemeester en wethouders bij de betrokken bestuurscommissie ook advies in. 2.. Bij het inwinnen van advies verstrekt het college van burgemeester en wethouders de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen en geeft aan waarover advies moet worden uitgebracht. Het college van burgemeester en wethouders kan ten aanzien van de informatie en het voorstel geheimhouding opleggen. 3.. Het college van burgemeester en wethouders stelt voor het advies een termijn vast. Deze termijn bedraagt minimaal vier weken. In uitzonderlijke gevallen kan het college van burgemeester en wethouders gemotiveerd besluiten een kortere termijn vast te stellen. 4.. Het college van burgemeester en wethouders legt het advies van de bestuurscommissie samen met het voorstel aan de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders voor. Indien het college van burgemeester en wethouders in het voorstel afwijkt van het advies van de bestuurscommissie, motiveert het schriftelijk waarom van het advies wordt afgeweken. 5.. Het college van burgemeester en wethouders informeert de bestuurscommissie over het besluit dat door het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad is genomen en de wijze waarop het advies van de bestuurscommissie daarbij is betrokken.

Rechtspraak bij dit artikel