Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3:

de bestuurscommissie

Onderdeel van Verordening op de bestuurscommissies 2013

Met het eerste lid van artikel 3 wordt er door de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders per stadsdeel een bestuurscommissie ingesteld. In het algemeen wordt er bij bestuurscommissies een onderscheid gemaakt tussen functionele en territoriale bestuurscommissies. In de praktijk worden bestuurscommissies vooral door de grote gemeenten ingesteld. Functionele bestuurscommissies behartigen een specifiek belang en worden meestal gebruikt om beleid en uitvoering van elkaar te scheiden. Zo worden bijvoorbeeld functionele bestuurscommissies ingesteld om het openbaar onderwijs in een gemeente te besturen of bibliotheken, musea of sportvoorzieningen te beheren. Territoriale bestuurscommissies worden ingesteld om de belangen van een specifiek gebied te behartigen. Daar is in het geval van de stadsdelen sprake van. De bestuurscommissies worden ingesteld om de belangen van dat specifieke deel van de gemeente te behartigen. Daarbij moet worden opgemerkt dat het niet om de behartiging van alle belangen van het stadsdeel kan gaan. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het samenstel van de overgedragen taken en bevoegdheden niet zodanig mag zijn dat aan de bestuurcommissie een aanzienlijk deel van de belangen van het desbetreffende deel van de gemeente is opgedragen. Anders is er volgens de wetsgeschiedenis alsnog sprake van een deelgemeente en een deelgemeentebestuur. In het tweede lid van artikel 3 is bepaald dat de bestuurscommissies bestaan uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het voorschrift in artikel 83 van de Gemeentewet dat de instellende organen de inrichting van de bestuurscommissie moeten regelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel