Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 7:

onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties

Onderdeel van Verordening op de bestuurscommissies 2013

In de Gemeentewet is voor leden van de gemeenteraad een lijst met onverenigbare betrekkingen opgenomen. Zij kunnen bijvoorbeeld geen minister, lid van de Raad van State, gedeputeerde of lid van de rekenkamer zijn. Verder is bepaald dat zij hun nevenfuncties openbaar moeten maken en is een aantal verboden handelingen opgenomen. In de Gemeentewet staat dat voor het wethouderschap dezelfde vereisten gelden als voor het lidmaatschap van de gemeenteraad (artikel 36a van de Gemeentewet). Verder gelden voor hen dezelfde onverenigbare betrekkingen (artikel 36b van de Gemeentewet) en verboden handelingen (artikel 41c van de Gemeentewet) als voor raadsleden. Voor wat betreft de nevenfuncties is bepaald dat een wethouder geen nevenfuncties mag vervullen die met het oog op een goede vervulling van het wethouderschap ongewenst zijn, dat nevenfuncties en neveninkomsten openbaar moeten worden gemaakt en dat het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie aan de gemeenteraad moet worden gemeld (artikel 41b van de Gemeentewet). In dit artikel is voor de leden van het algemeen bestuur ook een regeling inzake de vereisten voor het lidmaatschap, nevenfuncties en incompatibiliteiten opgenomen. Dit om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. Aangezien de leden van het algemeen bestuur ook de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders uitoefenen, is voorstel om voor de inhoud van die regeling aan te sluiten bij de regeling voor wethouders. Het risico op integriteitskwesties is in dat geval immers groter. Dit rechtvaardigt striktere regels. Verder wordt toegevoegd dat artikel 11 van de Gemeentewet van toepassing is. Dit om te voorkomen dat een lid waarvan het lidmaatschap sinds de verkiezingen vervallen is verklaard, op grond van de Kieswet wordt benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats. Tot slot is voor de onverenigbare betrekkingen van belang dat in de Gemeentewet staat dat in een door de gemeenteraad ingestelde bestuurscommissie geen leden van het college van burgemeester en wethouders zitting kunnen hebben en in een door het college van burgemeester en wethouders ingestelde bestuurscommissie geen leden van de gemeenteraad (artikel 83, tweede lid, van de Gemeentewet). In dit geval worden de bestuurscommissies zowel door de gemeenteraad als het college van burgemeester en wethouders ingesteld. Er kunnen in de bestuurscommissies dus geen leden van het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad zitting hebben. Gelet op het monistische karakter van de bestuurscommissies is voor wat betreft de onverenigbare betrekkingen wel een uitzondering gemaakt voor artikel 36b, sub l, van de Gemeentewet (wethouder en raadslid). Deze bepaling wordt uitgezonderd om te voorkomen dat een lid van het algemeen bestuur geen lid van het dagelijks bestuur kan zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel