Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 5:

verkiezingen algemeen bestuur

Onderdeel van Verordening op de bestuurscommissies 2013

In het eerste lid is geregeld dat op de verkiezingen voor het algemeen bestuur van de bestuurscommissie de bepalingen van de Kieswet inzake de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van overeenkomstige toepassing zijn. Dit betekent niet alleen dat de verkiezingen op dezelfde wijze worden georganiseerd als de verkiezingen die voor de gemeenteraad worden gehouden, maar ook dat het kiesstelsel gelijk is aan het stelsel dat voor de stadsdeelraden werd gehanteerd toen de stadsdelen nog deelgemeenten waren. De kiezer is in grote lijnen dus reeds met het stelsel bekend. Dit betekent bovendien dat bij de verkiezingen een lijstenstelsel wordt gehanteerd. De kandidaten worden dus in lijsten gerangschikt zoals bij elke verkiezing in Nederland inmiddels gebruik is. De lijsten vertegenwoordigen een programma. Er wordt een stem uitgebracht op een lijst met een programma en niet op een bepaald persoon zoals bij een personenstelsel het geval is. Voordeel hiervan is dat de kiezer niet met alle kandidaten bekend hoeft te zijn. Tegelijkertijd kan er wel een voorkeursstem worden uitgebracht. Indien de kiezer dat wil, kan de persoon van de kandidaat dus nog wel een rol spelen. In het tweede lid wordt een belangrijke uitzondering op de Kieswet gemaakt. Daar wordt de kring van kiesgerechtigden in die zin uitgebreid dat een ingezetene, die afkomstig is uit een land dat geen lid is van de Europese Unie en rechtmatig in Nederland verblijft, al mag stemmen indien hij gedurende een onafgebroken periode van drie jaar in Nederland woont. In de Kieswet wordt uitgegaan van een periode van vijf jaar. Opmerking verdient wel dat deze eis van ingezetenschap alleen geldt voor hen die geen onderdaan van een EU-lidstaat zijn. Voor ingezetenen die uit EU-lidstaten afkomstig zijn gelden geen eisen, die hebben onmiddellijk stemrecht. Daarnaast is in het derde lid in afwijking van de Kieswet geregeld dat lijsten met een stemcijfer van 50% of meer ook in aanmerking kunnen komen voor een restzetel. Dit zodat partijen bij de restzetelverdeling al een zetel kunnen verwerven als zij 50% van de kiesdeler hebben gehaald en niet pas bij 75% zoals de Kieswet voorschrijft. Bij de verdeling van de restzetels wordt op grond van de Kieswet overigens het stelsel van de grootste overschotten gehanteerd. Bij het systeem van de grootste overschotten wordt gekeken naar het aantal stemmen dat over is van het totale aantal stemmen na verdeling van de volle zetels. De partij met het grootste overschot krijgt bij dit systeem de eerste restzetel, de partij met het op één na grootste overschot de tweede, tot alle zetels verdeeld zijn. Deze methode werkt in het algemeen vooral in het voordeel van kleinere partijen. Voor wat betreft de voorschriften die voor deze verkiezingen gelden is van belang dat niet alleen politieke partijen aan de verkiezingen kunnen meedoen, maar ook andere groeperingen zoals bewonersverenigingen en buurtcomités. In aanvulling op de bepaling in de Kieswet dat een politieke groepering die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is zich voor de verkiezingen kan laten registreren, in het vierde lid bepaald dat ook niet-politieke groeperingen en stichtingen zich voor de verkiezingen voor de bestuurscommissies kunnen laten registreren. Zij kunnen dan eveneens onder een bepaalde naam aan de verkiezingen meedoen. De regeling betekent overigens niet dat groeperingen die geen vereniging of stichting zijn niet aan de verkiezingen kunnen meedoen. Zij kunnen zich alleen niet registreren en kunnen dus niet onder een bepaalde naam aan de verkiezingen deelnemen. Zij kunnen echter wel een blanco lijst vormen. Op grond van het vijfde lid kan het college van burgemeester en wethouders nadere regels voor de verkiezingen vaststellen. Dit betreft technische voorschriften zoals bepalingen over het nummeren van kandidatenlijsten, een bepaling dat groeperingen die al voor de gemeenteraadsverkiezingen zijn geregistreerd zich niet apart voor de verkiezingen voor de bestuurscommissies hoeven te registreren en voorschriften die ertoe strekken dat de bestuurscommissies zelf verantwoordelijk blijven voor de registratie, kandidaatstelling en verwerking van de verkiezingsuitslagen. Het zesde lid van artikel 5 behoeft geen toelichting. Artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet bepaalt dat, als er in een gemeenteraad met minder dan dertien leden bij de opvolging van een lid geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de lijst waartoe degene die moet worden opgevolgd behoort, dan met toepassing van artikel P 10 van de Kieswet wordt beslist aan welke van de andere lijsten de plaats zal worden toegekend. Deze plaats valt toe aan de lijst die op grond van het aantal uitgebrachte stemmen als eerste in aanmerking komt voor de nog niet toegedeelde restzetel. In de verordening is bewust gekozen voor een oneven aantal zetels in de bestuurscommissie om te voorkomen dat bij besluitvorming in het algemeen bestuur de stemmen kunnen staken en een patstelling ontstaat. Als deze situatie zich voordoet, biedt het van toepassing verklaren van dit artikel uit de Kieswet hiervoor een uitweg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel