**1..** De belasting wordt geheven van degene, die van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 1, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op 1 januari van het belastingjaar als zodanig, in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens voornoemd recht was.
**3..** Indien met betrekking tot eenzelfde onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht kan worden aangewezen wordt de aanslag gesteld ten name van een van hen met toevoeging van de afkorting "c.s.".
Artikel 4.
Belastingplicht
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN BAATBELASTING IN VERBAND MET DE AANLEG VAN EEN RIOLERING IN HET KORENDAL