Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.6

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling sociale werkvoorziening ''Fryslân''

Het college van de deelnemende gemeenten kunnen besluiten tot uittreding uit deze regeling. Een besluit tot uittreding kan niet ten uitvoer worden gelegd: dan nadat vijf colleges hiermee instemmen; vóór het tijdstip waarop de eerstvolgende zittingsperiode van het algemeen bestuur aanvangt, met dien verstande dat de voor de uittreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking moet zijn getreden vóór 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Bij uittreding stelt het algemeen bestuur de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor het eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 80%, voor het derde jaar 60%, voor het vierde jaar 40% en voor het vijfde jaar 20% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage kan belopen. Het algemeen bestuur regelt voorts zonodig de overige gevolgen van een uittreding. Artikel 2.2, vierde en vijfde lid, is van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel