Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.5

Zittingsduur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling sociale werkvoorziening ''Fryslân''

Behoudens tussentijds verlies van lidmaatschap of tussentijds ontslag, zoals bedoeld in artikel 13 en 16 van de wet en in de artikel 4.6 van de regeling, heeft een lid van het algemeen bestuur daarin zitting voor een periode die gelijk is aan de wettelijke zittingsperiode van de leden van het orgaan dat het lid heeft aangewezen. Het bevoegde orgaan genoemd in artikel 4.3 beslist in de eerste vergadering van elke nieuwe zittingsperiode over de aanwijzing van het lid van het algemeen bestuur. Aftredende leden zijn terstond aanwijsbaar, tenzij zij niet meer voldoen aan de lidmaatschapvereisten. Indien een bevoegd orgaan niet kan voldoen aan hetgeen het tweede lid verlangt blijft het lid dat had moeten aftreden als lid fungeren totdat diens opvolger is aangewezen, tenzij het niet meer voldoet aan de lidmaatschapvereisten. Het bepaalde in de voorgaande leden is mede van toepassing ten aanzien van een plaatsvervangend lid. Artikel 4.3, tweede lid, is van toepassing op aanwijzingen als bedoeld in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel