Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2.

Artikel 5.

Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging

Onderdeel van Maatregelverordening Weert 2012

1.. De verlaging wordt opgelegd met ingang van de eerste van de maand waarin de beschikking aan de belanghebbende is verstuurd. Indien dit niet mogelijk is, wordt de verlaging uitgevoerd met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het toepassen van een verlaging aan belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die betreffende maand geldende norm. 2.. Voor zover de bijstand, uitkering of inkomensvoorziening nog niet is uitbetaald, wordt de verlaging toegepast op de nabetaling van de betreffende bijstand of uitkering. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid kan, voorzover het zelfstandigen betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz hebben ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling van die bijstand. 4.. Indien belanghebbende geen bijstand of uitkering ontvangt, wordt een verlaging niet toegepast. Indien de uitkeringsgerechtigde binnen een periode van 12 maanden opnieuw bijstand of uitkering gaat ontvangen, wordt dan een besluit genomen over het alsnog toepassen dan wel afzien van een verlaging.

Rechtspraak bij dit artikel