Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Bbz 2004, IOAW, IOAZ gemeente Kerkrade 2013 / A

1.. Indien een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid aan de dag heeft gelegd door voorafgaande aan de aanvraag om bijstandsverlening, dan wel ten tijde van de bijstandsverlening: het meer dan bescheiden vermogen op een onverantwoorde wijze in te teren, of door eigen toedoen zijn recht op een voorliggende voorziening te verspelen dan verlaagt het college de uitkering. 2.. De in het eerste lid bedoelde verlaging wordt voor overtredingen genoemd onder a. vastgesteld op twintig procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor de duur van het aantal maanden dat geen beroep op een uitkering nodig zou zijn geweest indien wel op een verantwoorde wijze zou zijn ingeteerd op het meer dan bescheiden vrij te laten vermogen, met een maximum van 36 maanden. 3.. Indien een belanghebbende door eigen toedoen een voorliggende voorziening, anders dan meer dan bescheiden vermogen en algemeen geaccepteerde arbeid, niet heeft behouden dan verlaagt het college de bijstand met vijftig procent gedurende 2 maanden.

Rechtspraak bij dit artikel