Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
10 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste
categorie;
b.20 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede
categorie;
c.30 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde
categorie;
100 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde
categorie.
De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder a., b. en c. wordt - voor zover de belanghebbende de verwijtbare gedraging niet opheft - verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder d. wordt - voor zover de belanghebbende de verwijtbare gedraging niet opheft - opeenvolgend verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 9.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand Haarlemmermeer 2013