Belanghebbende kan het college verzoeken indien sprake is van het
bepaalde in artikel 3 lid a en /of b de buitenwerking stelling van de
beslagvrije voet niet toe te passen. Het is aan belanghebbende(n) om aan
te tonen dat de situatie van artikel 3 lid a of b zich voordoet. Een
verzoek zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval afgewezen
indien belanghebbende(n) redelijkerwijs over voldoende gelden kan
beschikken om de genoemde drie maanden in zijn levensonderhoud te
voorzien dan wel redelijkerwijs deze gelden op korte termijn kan
verwerven. Indien het college van oordeel is dat er sprake is van het
bepaalde in het eerste lid wordt de beslagvrije voet toegepast met
inachtneming van de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 4.
Verzoek tot aanpassen verrekening bestuurlijke boete:
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive