Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 11.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening 2013

1. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid WWB, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 9 van deze verordening of het geen beroep kunnen doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening in verband met verrekening met een bestuurlijke boete, wordt vastgesteld op: a. Honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 5.000,--; b. Honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 5.000,-- tot € 10.000,--; c. Honderd procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 10.000,--; 2. Indien sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in relatie met het recht op bijzondere bijstand van een belanghebbende, wordt de verlaging vastgesteld op het benadelingsbedrag. 3. Indien belanghebbende(n) geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, wordt een maatregel opgelegd van honderd procent gedurende de eerste drie maanden van de bijstandsverlening gerekend vanaf de start van de verrekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel