Alle begrippen, die in deze verordening worden gebruikt en die niet
nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
Gemeentewet. In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: de
Wet werk en bijstand b. toeslag: de toeslag genoemd in artikel 25,
lid 2 van de wet c. bijstandsnorm : de op grond van paragraaf 3.2
van de wet op de belanghebbende van toepassing zijnde norm,
vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3. van de
wet, door het college vastgestelde verhoging of verlaging; d. norm:
de normen als bedoeld in artikel 21 van de wet; e. woonkosten:
1.Indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende
huurprijs, bedoeld in artikel 1,onderdeel d, van de Wet op de
huurtoeslag; 2.Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een
bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente
en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen
zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag
vooronderhoud;
Deze verordening is van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar
of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die niet
in een inrichting verblijven. In geval van gehuwden gelden de
bepalingen van deze verordening uitsluitend indien beide echtgenoten
21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd
zijn.
Voor de toepassing van deze verordening wordt niet als "een ander"
aangemerkt: a. een inwonend kind tot 21 jaar; b. een inwonend kind
vanaf 21 jaar indien dit kind een in aanmerking te nemen inkomen
heeft van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van
levensonderhoud voor hoger onderwijs genoemd in artikel 3.18 van de
Wet studiefinanciering. Voor de toepassing van deze verordening
wordt een gezin beschouwd als “een ander”.