**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland;
de raad: de gemeenteraad van de gemeente Midden-Delfland;
uitkering: algemene bijstand op grond van de WWB, alsmede een uitkering op grond van de IOAW en de IOAZ;
bijstandsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c WWB of, voor zover sprake is van een IOAW of IOAZ-uitkering, de grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW respectievelijk artikel 5 IOAZ;
maatregel: het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, lid 2 WWB, of artikel 20 IOAW respectievelijk artikel 20 IOAZ;
benadelingsbedrag: de uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijke zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling, of als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie;
regulier onderwijs: onderwijs aan een onderwijsinstelling die gefinancierd wordt door het Rijk;
belanghebbende: de persoon die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door het maatregelbesluit, met inbegrip van gezinsleden en ten laste komende kinderen van de alleenstaande ouder.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsomschrijving
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Midden-Delfland 2013