**1..** Gesprekken over de inzetbaarheid van de medewerker binnen de gemeentelijke organisatie worden gevoerd binnen het kader van de jaarlijkse gesprekscyclus.
**2..** Leidinggevende en medewerker maken jaarlijks concrete afspraken over ontwikkeling en opleiding gericht op inzetbaarheid in de huidige functie (effectiviteit) of over doorstroom naar een andere passende functie. Deze afspraken worden vastgelegd in het IWP. De leidinggevende houdt bij het maken van de afspraken over ontwikkeling, opleiding of doorstroming, voor zover relevant, rekening met de persoonlijke situatie van de medewerker (leeftijd, gezondheid, gezinssituatie enz.). Naar aanleiding van de afspraken in het IWP kan een aanvullend loopbaanplan worden opgesteld.
**3..** De leidinggevende faciliteert de medewerker in het realiseren van de afspraken over opleiding en ontwikkeling met inachtneming van het gestelde in hoofdstuk 17 CAR.
**4..** De medewerker kan op grond van artikel 2:1B van de CAR worden verplicht een hem/haar aangeboden passende functie in de organisatie te accepteren.