Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.1

Artikel 2.1.4

Weigeringsgronden

Onderdeel van Huisvestingsverordening 2013 van de gemeente Vlissingen

Het college weigert een vergunning indien het belang dat de aanvrager bij de omzetting heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad. Bij de beoordeling van het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad worden mede de ligging en de te verwachten vraag naar het type woonruimte waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft betrokken. Het college weigert een vergunning indien: a.  vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de vergunning zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft. b. Het college weigert de vergunning in ieder geval indien: 1. door het besluit een zelfstandige woonruimte direct aansluitend komt te liggen tussen panden met onzelfstandige woonruimte. 2.  door het besluit meer dan 5% van de tot bewoning bestemde gebouwen in de straat met dezelfde postcode wordt gebruikt voor huisvesting als bedoeld in artikel 2.1.2. Als zelfde postcode wordt de code gehanteerd met 4 cijfers en 2 letters. c. de aanvraag betrekking heeft op nader door het college aan te wijzen wijken of straten waar het met het oog op een geordend woon- en leefmilieu ongewenst is dat er sprake is van een toename van onzelfstandige woonruimte. d. Indien het quotum is bereikt als bedoeld in artikel 2.1.8. Het college weigert de omzetting in verband met de toestand van het gebouw indien: a. de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, uit een oogpunt van indeling of de staat van onderhoud geheel of ten dele zich daartegen verzet. b. de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende verzekerd is, dat die gebreken zullen worden opgeheven. c. van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in ieder geval sprake, indien een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet is genomen of is aangeschreven ingevolge de artikelen 13 of 13a van de Woningwet. Het college kan de vergunning eveneens weigeren als de omvang van het huishouden of woongroep na omzetting niet passend is bij de grootte van de woonruimte. Het college hanteert de volgende parameters: a.  Per persoon dient ten minste 12 m2 gebruiksoppervlakte als privédomein aanwezig te zijn. b. De gebruiksoppervlakte kan over meerdere ruimten verspreid zijn, maar 1 ruimte mag nooit minder dan 6 m2 bedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel