Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordeninggemeente Mook en Middelaar

In deze verordening wordt verstaan onder: Weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn; andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder a; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet juncto het delegatie besluit van Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg (d.d. 11 augustus 1998); rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening; gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. voertuig: elk rij- en voertuig, met uitzondering van een kruiwagen, kinderwagen en dergelijke kleine voertuigen; vaartuig: elk drijvend voorwerp, al dan niet voorzien van een mechanische kracht, tot de vaart en waterrecreatie gebruikt, geschikt of bestemd, alsmede zodanig voorwerp, dat in aanbouw is, blijvend of tijdelijk de mogelijkheid en/of geschiktheid om te varen, door of over het water te bewegen heeft verloren, of blijvend of tijdelijk zijn oorspronkelijke bestemming heeft verloren; woonschip: een schip uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebruikt of tot woning bestemd; jachthaven: een aks zodanig geoutilleerde haven waar men zijn vaartuig al of niet zonder toezicht gedurende langere tijd kan achterlaten, dan wel een door het college aangewezen aanleginrichting voor onderneer passantenvaartuigen; ligplaats: een als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld net een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het afmeren van een vaartuig voor een periode van langer dan 12 uur; het innemen van een plek wordt geacht niet te zijn beëindigd indien het vaartuig wordt verplaats naar een plek, liggend binnen 4000m, hemelsbreed gemeten van de oude plek; voor recreatief gebruik beschikbaar terrein: een terrein dat is aangewezen als recreatiegebied voor de dagrecreatie, waarbij de aangelegde wegen en fietspaden worden uitgezonderd van deze definitie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel