**1.** De norm wordt overeenkomstig artikel 26 van de wet lager vastgesteld als de gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2.** De verlaging als bedoeld in het eerste lid:
a. vindt niet plaats als in de woning van de gehuwden uisluitend kinderen verblijven en als deze kinderen elk een inkomen hebben dat lager ligt dan het in artikel
21 aanhef onder a van de wet genoemde normbedrag;
b. bedraagt 6% als in de woning van de gehuwden uitsluitend inwonende kinderen verblijven en als tenminste één kind een inkomen heeft gelijk aan of hoger
dan het in artikel 21 aanhef onder a van de wet genoemde normbedrag.
**3.** De verlaging bedraagt 15% voor gehuwden die inwonen bij de ouder(s).
**4.** De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor gehuwden waarop het tweede lid of derde lid niet van toepassing is:
a. 6 %, indien een zakelijke overeenkomst inzake het gebruik van de woning wordt aangetoond;
b. 15 %, indien geen zakelijke overeenkomst inzake het gebruik van de woning wordt aangetoond.
Paragraaf 3
Artikel 4
Verlaging gehuwdennorm
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen algemene bijstand 2013 (WWB)