Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Wmo verordening gemeente Diemen 2013

In deze verordening wordt verstaan onder: Lid 1. Wet Wet maatschappelijke ondersteuning. Lid 2. College College, genoemd in deze verordening, is het college van burgemeester enwethouders van de gemeente Diemen. Lid 3. Compenserende maatregelen De plicht van het College om aan personen met een beperking, eenchronisch psychisch of een psychosociaal probleem maatregelen te treffenof voorzieningen te verstrekken ter compensatie van hun beperkingen ophet gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneindehen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen inen om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel enmedemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan tegaan. Lid 4. Aanmelding De mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingenondervindt op grond waarvan een gesprek kan worden gevoerd. Lid 5. Het brede gesprek Het eerste contact na een aanmelding waarin met de burger die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen en/of diensten. Lid 6. Aanvraag Het schriftelijk verzoek van een belanghebbende om in aanmerking tekomen voor één of meerdere compenserende voorzieningen en /of dienstenom een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening. Lid 7. Belanghebbende Een persoon, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, meteen beperking, een chronisch psychisch probleem of psychosociaalprobleem, die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van hetbevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en hetzelfstandig functioneren, die voor zichzelf of door gemachtigde eenaanmelding of een aanvraag doet of laat doen. Lid 8. Algemene voorziening Een voorziening die weliswaar niet bestemd is voor noch te gebruiken isdoor alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Wet, maar dieanderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is opeenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder eeningewikkelde aanvraagprocedure. Lid 9. Algemeen gebruikelijke voorziening Een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met eenbeperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar isen niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. Lid 10. Collectieve voorziening Een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerderepersonen tegelijk wordt gebruikt, in casu het collectiefvraagafhankelijk vervoer. Lid 11. Voorliggende voorziening Een voorziening die gangbaar in de maatschappij aanwezig en beschikbaaris en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Lid 12. Wettelijk voorliggende voorziening Een voorliggende voorziening op grond van een wettelijke bepaling andersdan ingevolge de Wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijkbereikt kan worden. Lid 13. Individuele voorziening Een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon opbasis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt. Lid 14. Gebruikelijke zorg De zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alleleden van een huishouden als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Lid 15. Voorziening in natura Een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vormvan goederen in (bruik)leen of in eigendom of als persoonlijkedienstverlening. Lid 16. Persoonsgebonden Budget (PGB) Een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, alsalternatief voor een voorziening in natura. Lid 17. Financiële tegemoetkoming Een (niet-kostendekkend) geldbedrag, al dan niet forfaitair ofgemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen/te gebruikenvoor het te bereiken resultaat. Lid 18. Mantelzorg De zorg die wordt gegeven aan een hulpbehoevende op basis van zijn emotionele en/of persoonlijke band. Lid 19. Hoofdverblijf De plaats waar een natuurlijk persoon de meeste nachten doorbrengt. Lid 20. Huisgenoot Gezinslid en/of inwonende die zijn/haar hoofdverblijf in dezelfde woningheeft en op het adres ingeschreven staat. Lid 21. Zelfredzaamheid Het lichamelijke, verstandelijk, geestelijk en financieel vermogen omzelf voorzieningen en/of diensten te treffen die maatschappelijkparticipatie mogelijk maken. Lid 22. Eigen aandeel Een inkomensafhankelijk bedrag dat de gemeente oplegt. Eigen aandeel isvan toepassing bij financiële tegemoetkoming die niet kostendekkend is,zoals een forfaitair bedrag of een gemaximeerde vergoeding. Het CAKberekent, stelt vast en int vervolgens het eigen aandeel. Lid 23. Eigen bijdrage Een inkomensafhankelijk bedrag dat de gemeente oplegt. Een eigenbijdrage geldt bij een voorziening in natura of PGB die kostendekkendwordt geacht. Het CAK berekent, stelt vast en int vervolgens de eigenbijdrage. Wettelijk mag er geen eigen bijdrage worden geheven oprolstoelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel