Naar hoofdinhoud
1.. Het college trekt een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk in: met ingang van de dag gelegen na de dag waarop de verkrijger van de voorziening is overleden; met ingang van de dag waarop schriftelijk is aangegeven geen prijs meer te stellen op de voorziening; indien de verlening van de voorziening onjuist was en de verkrijger dit wist of behoorde te weten. 2.. Het besluit tot toekenning van hulp bij het huishouden wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop de verkrijger van de voorziening in een instelling als bedoeld in artikel 5 Wet toelating zorginstellingen gaat verblijven. 3.. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; de belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond; blijkt dat gedurende een periode van meer dan zes maanden geen gebruik is gemaakt van de verstrekte voorziening. 4.. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel