Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Termijnen urnengraven en urnennissen

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van vijf, tien of twintig jaar het recht op een urnengraf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het urnengraf is uitgegeven. 2.. Het in het eerste lid bedoelde recht van vijf of tien jaar kan op aanvraag van de rechthebbende opnieuw worden verworven, telkens met een termijn van vijf of tien jaar, met een maximale termijn tot twintig jaar na bijzetting, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3.. De in dit artikel bedoelde rechten kunnen niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken. 4.. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 16, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel