Aan Gedeputeerde Staten, de Commissaris van de Koning, Burgemeester en
Wethouders en de Burgemeesters van de gemeenten blijft voorbehouden de
bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een
document, gericht tot:
de raad;
de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis;
(bestuurs)organen van waterschap, provincie of rijk.