Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.2

Wonen in een geschikte woning

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen

1.. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken, badkamer en toilet, berging, terras of balkon. 2.. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. 3.. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijk geschikt te maken woning en de verhuizing leidt tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Er kan dan een verhuiskostenvergoeding verstrekt worden. 4.. Een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten wordt slechts verstrekt indien: tenminste 2 weken voordat de belanghebbende de oude woning gaat verlaten contact is gezocht met het college; de gevonden woonruimte gemeld is binnen 1 jaar na datum van het besluit van het college, waarin vastgesteld wordt dat de belanghebbende in principe in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten; de belanghebbende verhuist naar een woning die voldoet aan de eisen zoals die door het college zijn gesteld; de belanghebbende niet voor het eerst zelfstandig gaat wonen; de belanghebbende niet verhuisd is vanuit een andere gemeente; de financiële tegemoetkoming wordt verminderd met de tegemoetkoming waarover de belanghebbende uit andere hoofde kan beschikken. 5.. Er vindt geen compensatie plaats indien: de noodzaak tot het treffen van de voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen sprake was van een overmachtsituatie; de belanghebbende niet is verhuisd naar een voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijke toestemming is verleend door het college; het voorzieningen betreft in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners en hellingbanen; de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie van de belanghebbende te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; de belanghebbende verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt en bedoeld is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten-erkende instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg of verhuisd is vanuit een woonruimte waar geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden; de belanghebbende verblijft in hotels of pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, vakantiewoningen, recreatiewoningen, tweede woningen, onzelfstandige woningen die niet voldoen aan artikel 11, eerste lid, onderdeel b van de Wet op de huurtoeslag en specifiek op belanghebbende gerichte woningen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden; de beperking bij het normale gebruik van de woning voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan de sociale woningbouw; ten behoeve van de woning waar de belanghebbende niet zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben en die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden. 6.. Aan de hand van algemene regels, gesteld in hoofdstuk 5, wordt bepaald of belanghebbende in aanmerking komt voor compensatie op dit resultaatgebied.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel