In deze verordening wordt verstaan onder:
Weg: de weg, als bedoeld in , alsmede de daaraan liggende en als
zodanig aangeduide parkeerterreinen; de - al dan niet met enige
beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open
plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;
de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken,
gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning
in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare
stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de
afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of
vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is,
zijn afgesloten.
openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
waaronder begrepen de weg als bedoeld onder a;
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
andere wijze toegankelijk zijn;
bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig
artikel 27, tweede lid, van de
Wegenwet juncto het delegatie besluit van
Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg (d.d. 11 augustus
1998);
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
Bouwverordening;
gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onder c, van de Woningwet;
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
te dienen;
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in
artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht.
voertuig: elk rij- en voertuig, met uitzondering van een
kruiwagen, kinderwagen en dergelijke kleine voertuigen;
vaartuig: elk drijvend voorwerp, al dan niet voorzien van een
mechanische kracht, tot de vaart en waterrecreatie gebruikt,
geschikt of bestemd, alsmede zodanig voorwerp, dat in aanbouw
is, blijvend of tijdelijk de mogelijkheid en/of geschiktheid om
te varen, door of over het water te bewegen heeft verloren, of
blijvend of tijdelijk zijn oorspronkelijke bestemming heeft
verloren;
woonschip: een schip uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
gebruikt of tot woning bestemd;
jachthaven: een als zodanig geoutilleerde haven waar men zijn
vaartuig al dan niet zonder toezicht gedurende langere tijd kan
achterlaten, dan wel een door het college aangewezen
aanleginrichting voor onderneer passantenvaartuigen;
ligplaats: een als zodanig aangewezen plaats in het water, al
dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een
gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het afmeren van een
vaartuig voor een periode van langer dan 12 uur; het innemen van
een plek wordt geacht niet te zijn beëindigd indien het vaartuig
wordt verplaatst naar een plek, liggend binnen 400m, hemelsbreed
gemeten van de oude plek;
voor recreatief gebruik beschikbaar terrein: een terrein dat is
aangewezen als recreatiegebied voor de dagrecreatie, waarbij de
aangelegde wegen en fietspaden worden uitgezonderd van deze
definitie.
doorgaande weg: een weg als bedoeld onder a die overeenkomstig
het evenementenbeleid wordt uitgezonderd van de melding van
artikel 2:25,
tweede lid van deze
verordening.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Mook en Middelaar 2013