In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
aanbieden van taxivervoer:
het zich met een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, bevinden op de in deze verordening aangewezen delen van de openbare weg met het kennelijke doel van vervoerder of chauffeur om consumenten te werven ten behoeve van taxivervoer, daaronder mede inbegrepen de situatie dat naar oordeel van het college niet aannemelijk kan worden gemaakt dat sprake is van taxivervoer op de bel- of contractmarkt;
b.
aangeslotene:
vervoerder of chauffeur welke overeenkomstig de bij of krachtens deze verordening gestelde regels bij een TTO is aangesloten;
c.
geleidehond:
hond die een (visueel) gehandicapten op straat geleidt, en die daarvoor is afgericht;
d.
hulphond:
speciaal getrainde hond die mensen met een beperking hulp geeft;
e.
chauffeur:
bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht;
f.
college:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;
g.
groengele kaart:
door het college afgegeven individueel bewijs van aansluiting bij een TTO;
h.
openbare weg:
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
i.
taxi:
een auto bestemd voor het verrichten van taxivervoer in de zin van de wet;
j.
toegangspas:
door het college verstrekte pas die toegang geeft tot door pollers, slagboom en/of andere middelen omheinde taxistandplaatsen;
k.
TTO (Toegelaten Taxi Organisatie):
een organisatorisch verband als bedoeld in artikel 82b van de wet;
l.
TTO-vergunning:
een vergunning als bedoeld in artikel 3 van deze verordening;
m.
wet:
Wet personenvervoer 2000.