Het college van burgemeester en wethouders,
Gelet op artikel 9 en 9a Wet werk en bijstand (WWB), artikel 37, 37a en 38 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 37a en 38 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
B e s l u i t
Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B030 Beleidsregels ontheffing arbeidsplicht
Artikel I
Richtlijn B030 wordt als volgt ingevuld:
In deze richtlijn komen de volgende onderdelen aan de orde:
Ontheffing in verband met zorgtaken voor kinderen tot 5 jaar;
Ontheffing in verband met mantelzorgtaken;
Ontheffing op medische of psychische gronden;
Ontheffing op grond van overige redenen.
Ad. 1 Ontheffing in verband met zorgtaken voor kinderen tot 5 jaar
Indien de combinatie van zorg en arbeid en/of de combinatie van zorg en re-integratieactiviteiten niet, dan wel niet volledig, mogelijk is voor alleenstaande ouders met kind(eren) tot 5 jaar kan tijdelijk, geheel of gedeeltelijk ontheffing worden verleend van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 37 lid 1 IOAW/IOAZ.
Bij het besluit tot ontheffing zoals hier genoemd, neemt het college het bepaalde in artikel 9a WWB en artikel 38 IOAW/IOAZ in acht alsook het bepaalde in artikel 9 lid 4 WWB en artikel 37a lid 2 IOAW/IOAZ.
Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling duurt:
indien de ontheffing, ingevolge artikel 9a lid 1 WWB of 38 IOAW/IOAZ, louter betrekking heeft op de verplichtingen zoals genoemd in artikel 9 lid 1 sub a WWB of artikel 37 lid 1 sub a-d IOAW/IOAZ, tot het moment dat het jongste kind de leeftijd van vijf jaar heeft bereikt met een maximum van 5 jaar;
indien de ontheffing, naast de verplichtingen zoals genoemd artikel 9 lid 1 sub a WWB of artikel 37 lid 1 sub a-d IOAW/IOAZ, tevens één of meerdere re-integratieplichten omvat, maximaal één jaar voor wat betreft de ontheffing van de re-integratieplicht.
Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten om een ontheffing van de re-integratieplicht zoals genoemd in sub b, na afloop van de vastgestelde periode te verlengen.
Toelichting
Ingevolge artikel 9a lid 1 WWB gaat het, zoals gezegd, om ontheffing van de arbeidsplicht. De re-integratieplicht als zodanig blijft bestaan en het is aan het college om daartoe een plan van aanpak op te stellen (artikel 9a lid 7 WWB).
Deze re-integratieplicht omvat in ieder geval de scholingsplicht indien de betreffende ouder nog niet beschikt over een startkwalificatie (artikel 9a lid 10 WWB).
Ad. 2 Ontheffing in verband met mantelzorgtaken
Indien belanghebbende mantelzorg verleent, kan, ingevolge artikel 9 lid 2 WWB of artikel 37a lid 1 IOAW/IOAZ, tijdelijk, geheel of gedeeltelijk ontheffing worden verleend van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 37 lid 1 IOAW/IOAZ.
De mate van ontheffing zoals hier genoemd wordt gerelateerd aan de omvang van de mantelzorg. Het bestaan, de omvang en de duur van de mantelzorg dient te blijken uit een WMO-indicatiebesluit of een AWBZ-indicatiebesluit. Indien een indicatiebesluit niet voorhanden is dient een indicatiebesluit waaruit de noodzaak tot mantelzorgverlening blijkt alsnog te worden verkregen via medewerking van de verzorgde persoon. Ontheffing wordt slechts voor een door het college vast te stellen periode verleend, maximaal te bepalen op de duur zoals benoemd in het indicatiebesluit.
Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen. Ook hiervoor gelden dan weer de regels zoals hierboven neergelegd.
Indien het college de verrichte mantelzorg niet in redelijke verhouding vindt staan tot de arbeids- en/of re-integratieplicht van betrokkene, kan het college besluiten de ontheffing ingevolge dit artikel niet te verlenen. In dat geval dient het college zich wel te vergewissen van een voorhanden zijnde adequaat alternatief voor hulp bij het huishouden.
Ad. 3 Ontheffing op medische of psychische gronden
Indien belanghebbende kampt met medische of psychische beperkingen, kan, ingevolge artikel 9 lid 2 WWB of artikel 37a lid 1 IOAW/IOAZ, tijdelijk, geheel of gedeeltelijk ontheffing worden verleend van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 37 lid 1 IOAW/IOAZ.
Het bestaan, de omvang en de duur van de arbeidsongeschiktheid als hierboven bedoeld dient uit een medisch en/of arbeidsdeskundig onderzoek te blijken. Hiertoe kan advies gevraagd worden bij een onafhankelijke adviserende instantie. Ontheffing wordt slechts voor een door het college vast te stellen periode verleend, maximaal te bepalen op 36 maanden. Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen.
Ad. 4 Ontheffing op grond van overige redenen
Het college kan in overige gevallen, met inachtneming van artikel 9 lid 2 WWB of artikel 37a lid 1 IOAW/IOAZ, bepalen dat aan de uitkeringsgerechtigde tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 37 lid 1 IOAW/IOAZ. Dringende redenen voor die tijdelijke ontheffing, geheel of gedeeltelijk, worden aanwezig geacht indien re-integratie in redelijkheid niet mogelijk blijkt te zijn. Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling wordt slechts voor een door het college vast te stellen periode verleend, maximaal te bepalen op één jaar. Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen.
Toelichting
Afhankelijk van de situatie van belanghebbende kan de ontheffing betrekking hebben op één of meer van de verplichtingen zoals benoemd in de artikelen. Indien daarvoor aanleiding bestaat kan het gaan om een volledige ontheffing van zowel de arbeidsplicht (artikel 9 lid 1 sub a WWB) als de re-integratieplicht (artikel 9 lid 1 sub b WWB). De keuze kan evenwel ook gemaakt worden dat belanghebbende een gedeeltelijke ontheffing krijgt, bijvoorbeeld vrijstelling van de verplichting om ingeschreven te staan als werkzoekende bij UWV en de sollicitatieplicht, maar wel de verplichting om een bepaalde scholing te volgen en af te ronden. Ook kan de ontheffing worden beperkt in duur / aantal uren per week. Kortom, het gaat om maatwerk.
Artikel II
De gewijzigde richtlijn treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking daarvan in het Gemeenteblad en werkt terug tot en met 1 juli 2012.
Met ingang van deze datum wordt de eerder op 21 juni 2011 vastgestelde richtlijn ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 6 november 2012,
De secretaris, De Voorzitter,
(mr. G.J.C. Kusters) (H.J. Mak)
Bekend gemaakt op:
8 november 2012