Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel B048

Ingangsdatum verlaging

Onderdeel van Richtlijnen Bijstand

Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel b, en 18, tweede lid, Wet werk en bijstand (WWB) B e s l u i t Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B048 Ingangsdatum verlaging Artikel I Richtlijn B048 wordt als volgt ingevuld: De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekend gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. Bij een aanvraag om bijstand wordt de maatregel met ingang van de ingangsdatum van de uitkering opgelegd. Indien een besluit tot het opleggen van een maatregel niet kan worden geëffectueerd omdat de bijstand is beëindigd of ingetrokken, wordt opnieuw beoordeeld of de maatregel alsnog kan worden ingezet of voortgezet indien de belanghebbende binnen twaalf maanden na de dagtekening van de beschikking, waarin het besluit tot beëindiging of intrekking van de bijstand bekend is gemaakt, wederom een beroep doet op bijstand voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Ook wanneer er sprake is van het niet nakomen van de inlichtingenplicht, wordt de maatregel opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekend gemaakt, waarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. Is de uitkering al beëindigd dan wordt de maatregel met terugwerkende kracht toegepast. Dit houdt in een herziening van het recht op bijstand tot het bedrag van de maatregel over de periode volgend op de periode waarin de schending van de inlichtingenverplichting heeft plaatsgevonden. Dit betreft de situatie dat over de periode waarin deze schending van de inlichtingenplicht heeft plaatsgevonden de verstrekte bijstand volledig wordt teruggevorderd. In de situatie dat over deze periode de verstrekte bijstand niet volledig wordt teruggevorderd, kan de herziening tot het bedrag van de maatregel plaatsvinden over dezelfde periode. De herziening resulteert in een terugvordering van bijstand. Is aansluitend aan de periode waarin de schending van de inlichtingenplicht heeft plaatsgevonden, de uitkering beëindigd, dan kan de maatregel niet geëffectueerd worden. In dit geval kan de maatregel over een toekomstig recht worden opgelegd. Indien de belanghebbende op een later tijdstip wederom een uitkering aanvraagt, vindt een beoordeling plaats of de maatregel alsnog kan worden ingezet of voortgezet. De belanghebbende dient bij het besluit van de beëindiging van de uitkering op de hoogte gesteld te worden dat er een maatregel opgelegd kan worden over een eventueel toekomstig recht op bijstand. Artikel II De gewijzigde richtlijn treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking daarvan in het Gemeenteblad en werkt terug tot en met 1 juli 2012. Met ingang van deze datum wordt de eerder op 21 juni 2011 vastgestelde richtlijn ingetrokken. Aldus vastgesteld in de vergadering van 6 november 2012, De secretaris, De Voorzitter, (mr. G.J.C. Kusters) (H.J. Mak) Bekend gemaakt op: 8 november 2012

Rechtspraak bij dit artikel