Naar hoofdinhoud
1.. Een ontheffing wordt verleend voor een bepaalde termijn, de maximale geldigheidsduur is afhankelijk van de situatie: Een ontheffing met een maximum geldigheidsduur van 5 jaar. Deze wordt uitsluitend persoonlijk en op kenteken verleend aan bewoners, bedrijven, verenigingen, instellingen e.d. op basis van artikel 2, lid 2, sub b en c en artikel 2, lid 5 van deze beleidsregels, mits er sprake is van een aantoonbaar duurzaam karakter van de betreffende situatie; Een eenmalige ontheffing met een langlopend tijdelijk karakter en een maximum geldigheidsduur van 12 maanden. Deze wordt verleend in alle overige in artikel 2 van deze beleidsregels genoemde situaties; Een eenmalige ontheffing met een kortlopend tijdelijk karakter en een maximum geldigheidsduur van 1 week. Deze wordt verleend bij eenmalige en kortdurende bezoeken en/of werkzaamheden in een afgesloten gebied. Hierop is artikel 10, lid 2 van deze beleidsregel van toepassing. 2.. Een ontheffing wordt verleend voor een voldoende bepaalbaar gebied. 3.. Een ontheffing wordt altijd verleend voor het kleinst mogelijk gebied waardoor het belang als bedoeld in artikel 5 lid 1 is gediend. 4.. De ontheffing is voertuiggebonden, tenzij in een ontheffing anders is bepaald. 5.. De ontheffing vermeldt ten minste: naam en adres van de ontheffinghouder; het kenteken van het motorvoertuig, waarvoor ontheffing is verleend; het tijdvak en gebied waarvoor ontheffing is verleend; de geldigheidsduur van de ontheffing; op grond van welke artikelen de ontheffing is verleend. 6.. Naast de ontheffing wordt er ook een geplastificeerd ontheffingsbewijs verstrekt. 7.. Het geplastificeerd ontheffingsbewijs vermeldt ten minste: datum genomen besluit van het college; naam van de ontheffinghouder; het kenteken van het motorvoertuig, waarvoor ontheffing is verleend; de geldigheidsduur van de ontheffing; omschrijving gebied waarvoor ontheffing is verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel