De verlaging bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt voor
gehuwden:
10 procent van de gehuwdennorm indien een woning,
woonwagen of woonschip wordt bewoond waaraan voor de
belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten
zijn verbonden;
20 procent van de gehuwdennorm indien geen woning,
woonwagen of woonschip wordt aangehouden;
10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning,
woonwagen of woonschip wordt aangehouden, maar wel
kosten worden gemaakt voor dak- en
thuislozenopvang.
De toeslag bedoeld in artikel 27 jo. artikel 25 van de wet bedraagt voor
een alleenstaande (ouder):
3.
10 procent van de gehuwdennorm indien een woning, woonwagen of
woonschip wordt bewoond waaraan voor de belanghebbende geen
kosten van huur of hypotheeklasten zijn verbonden;
10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning, woonwagen of
woonschip wordt aangehouden, maar wel kosten worden gemaakt voor
dak- en thuislozenopvang.
4. Een alleenstaande (ouder) die geen woning, woonwagen of woonschip
aanhoudt en geen woonlasten heeft wordt geen toeslag verstrekt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Verlaging norm/toeslag woonsituatie
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2013