1. Voor openstaande vorderingen betreffende:
a. onroerende zaakbelasting gebruikers;
b. onroerende zaakbelasting eigenaren;
c. precariobelasting;
d. hondenbelasting;
e. rioolrechten;
f. reinigingsrechten;
wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het
historische percentage van oninbaarheid.
2. Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de
openstaande vorderingen ouder dan drie maanden, tenzij van korter
uitstaande vorderingen bekend is dat ze niet meer zullen worden
geïnd.
Titeldeel 3
Artikel 11