1. Het resultaat van de grondexploitaties wordt als gerealiseerd
beschouwd na afronding van de gehele grondexploitatie.
2. Tussentijdse winstneming vindt slechts plaats als aan alle volgende
criteria is voldaan:
a. Er is sprake van gerealiseerde opbrengsten;
b. De raming van de grondexploitatie sluit met een positief saldo;
c. De risico’s zijn in voldoende mate afgedekt;
d. Winstneming geschiedt pro rato ten opzichte van de realisatie van
het (gehele) plan.
3. Bij een verwacht negatief plansaldo wordt een toereikende
voorziening getroffen in hetzelfde boekjaar. Verevening tussen
afzonderlijke grondexploitaties of compensatie met winsten uit andere
grondexploitaties is niet toegestaan.
Titeldeel 3
Artikel 13