1. Het college informeert de raad door middel van tenminste twee
tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de
gemeente over het lopende boekjaar.
2. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
programma-indeling van de begroting.
3. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
beleidsdoelen, de beleidsactiviteiten als de daarmee samenhangende baten
en lasten en de inmiddels ontstane afwijkingen en risicofactoren.
4. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
bedenkingen ter kennis van het college te brengen, conform de “Richtlijn
actieve informatieplicht”.
Titeldeel 2
Artikel 7