Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Coevorden 2013

1.. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede en vierde lid, van de wet, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 2.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: bij een periode van 3 maanden of korter: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand; bij een periode van 3 tot 6 maanden: 10% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden; bij een periode van 6 maanden en langer: 10% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de maatregel vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand indien door eigen toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden. 4.. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt, indien belanghebbende(n) geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht een maatregel opgelegd van 100% gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de start van de verrekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel