Een ieder is verplicht de aanwijzingen, door of namens de burgemeester op grond van deze verordening gegeven, stipt en terstond op te volgen.
Het in verband met de handhaving van het bepaalde in deze verordening noodzakelijk geachte binnentreden van al dan niet afgesloten terreinen, ruimten en gebouwen, evenals woningen, geschiedt met inachtneming van de Algemene wet op het binnentreden.