Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Niveaus van begroten

Onderdeel van Richtlijn begrotingsrechtmatigheid 2013

In de financiële kolom  van Vlaardingen komen 3 begrotingsniveaus voor. In hiërarchische volgorde: a. Begroting met programmaplan: (De raad o.g.v. de Gemeentewet formele budgetrecht en BBV): De raad stelt de begroting vast en daarmee de uitgaven, inkomsten en mutaties in de reserves voor de programma’s. Tevens worden de investeringskredieten vastgesteld. De inkomsten worden als taakstellend beschouwd; een uitzondering zijn de rijksinkomsten. Uitgaven en inkomsten worden, conform het BBV art.2 lid3 “de bruto-benadering”, afzonderlijk in een budget vastgesteld en dus niet als saldo. b. Productenbegroting: (het College o.g.v. het BBV – uitvoering van de programmabegroting): De vastgestelde programmabegroting en wijzigingen daarop, worden vertaald naar de productenbegroting. Hiermee stelt het college de budgetten per product vast. c. Afdelingsbegroting (Uitwerking van de Productenbegroting): Deze begroting bestaat uit een budget voor apparaatskosten en budgetten voor producten/activiteiten die zijn toegewezen aan een organisatieonderdeel. Deze toedeling gebeurt onder verantwoordelijkheid van de directie op basis van de productenbegroting. Via het vaststellen van de productenbegroting, geeft het college de kaders voor de afdelingsbegroting. Het werken met drie begrotingen houdt in dat er sprake is van drie autorisatieniveaus. Om de ramingen op orde te houden, wordt gewerkt met begrotingswijzigingen. De centrale gedachte bij begrotingswijzigingen is dat zij volgend zijn op genomen besluiten door raad of college. Begrotingswijzigingen vinden goed beschouwd dus plaats op drie niveaus, te weten: a. Programma’s : autorisatie => raad b. Producten : autorisatie => college c. Kostensoorten: autorisatie => gemeentesecretaris / afdelingshoofden Het college kan autoriseren binnen één programma op grond van situatie b. waarbij als voorwaarde geldt dat: - het programmatotaal niet wijzigt; - de realisatie van andere producten in dat programma niet in gevaar komt. De ambtelijke autorisatie ligt nu voornamelijk op de afwijking binnen één product en binnen de afdelingsbudgetten. Het is van belang voor de directie om te sturen op dit laagste niveau. Denk bijvoorbeeld aan de beheersing van de kosten van externe inhuur in relatie tot het personele budget.

Rechtspraak bij dit artikel