Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1.
Parkeren:
het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
2.
Houder:
degene die naar omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb.496) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;
3.
Parkeerapparatuur:
parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.
4.
Parkeerterrein:
de als één parkeergelegenheid functionerende geheel van parkeerplaatsen en als zodanig aangegeven in een door het college openbaar te meken besluit betreffende de plaatsen aan de Behouden Haven en Burcht;
5.
Mantelzorgontvanger:
degene met een indicatie voor mantelzorg van het CIZ of de Wmo;
6.
Centraal register:
Het register van het Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten bestemd voor de registratie van parkeerrechten.
7.
Gehandicapten
parkeerkaart:
Hetgeen hieronder verstaan wordt in het RVV 1990.
8.
Oplaadpunt elektrisch rijden:
Parkeerplaats met infrastructuur voor het oplaadpunt.
9.
Autodate:
het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;
10.
marktparkeervergunning
een parkeervergunning die op een daartoe strekkend verzoek wordt verleend aan de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Verordening op de markten van Zaanstad.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2014