1. Het renterisico dat voortvloeit uit de netto vlottende schuld wordt
beperkt door te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake de
kasgeldlimiet. De netto vlottende schuld bestaat uit kortlopende
leningen o/g en u/g (met een rentetypische looptijd tot 1 jaar),
rekeningcourantsaldi bij banken en kassaldi.
2. Het renterisico dat voortvloeit uit de vaste schuld wordt beperkt
door te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake de renterisiconorm.
De vaste schuld heeft betrekking op geldleningen met een rentetypische
looptijd van 1 jaar of langer.