**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betoont of heeft betoond, wordt, met uitzondering van het bepaalde in het derde lid, een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het bedrag en de periode waarover de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging(en) eerder of langer recht heeft op uitkering.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid van deze verordening wordt de maatregel als bedoeld in het eerste lid vastgesteld op:
10% bij een periode van 3 maanden of korter;
10% gedurende 3 maanden, bij een periode van 3 tot 6 maanden;
10% gedurende 6 maanden, bij een periode van 6 maanden en langer.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt, bij het onverantwoord interen van vermogen c.q. van middelen waarover belanghebbende voor aanvang van de uitkering beschikte of kon beschikken voor de voorziening in het bestaan, een maatregel opgelegd van:
0% bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd tussen € 0,00 en € 1.000,00;
20% gedurende 3 maanden bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer bedraagt dan € 1.000,00 maar minder bedraagt dan € 2.000,00;
50% gedurende 3 maanden bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer bedraagt dan € 2.000,00 maar minder bedraagt dan € 5.000,00;
50% gedurende 6 maanden bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer bedraagt dan € 5.000,00 maar minder bedraagt dan € 10.000,00;
50% gedurende 12 maanden bij een bedrag dat onverantwoord is ingeteerd dat gelijk is aan of meer bedraagt dan € 10.000,00.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening gemeente Dinkelland 2013