Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Categorieën

Onderdeel van Afstemmingsverordening gemeente Dinkelland 2013

Gedragingen van belanghebbenden, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet is en/of wordt verkregen, aanvaard of behouden, dan wel de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, 9a, 44a, 55 en 57 van de wet, respectievelijk de artikelen 36, 37 en 38 van de IOAW en IOAZ, niet, niet tijdig, onjuist of onvoldoende zijn en/of worden nagekomen, worden in de volgende categorieën onderscheiden. Eerste categorie: het zich niet of niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; het zich, indien van toepassing, niet of niet tijdig laten inschrijven bij één of meer uitzendbureaus; het, indien van toepassing, niet ondertekenen en/of niet aan het college verstrekken van de bijlage (plan van aanpak) bij het besluit tot toekenning of voortzetting van de uitkering. Tweede categorie: het niet of onvoldoende naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, te aanvaarden of te behouden; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c van de wet of artikel 37, eerste lid, onder f van de IOAW en IOAZ; het niet of niet tijdig voldoen aan de oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, scholing en/of sociale activering of, indien van toepassing, in verband met het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen. Derde categorie: gedragingen die de inschakeling in de arbeid, scholing en/of sociale activering belemmeren; het uit houding en gedragingen ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b van de wet of artikel 37, eerste lid, onder e van de IOAW en IOAZ niet of onvoldoende te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de op grond van artikel 9a, lid 1 van de wet aan een alleenstaande ouder verleende ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van de wet; het niet of onvoldoende gebruikmaken van een door het college of van een daartoe door het college aangewezen derde aangeboden voorziening, waaronder begrepen scholing en/of sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, onder b en 10, eerste lid van de wet of de artikelen 36, eerste lid en 37, eerste lid, onder e van de IOAW en IOAZ; het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot het gebruikmaken van door het college of van een daartoe door het college aangewezen derde aangeboden re-integratie-instrumenten, waaronder begrepen het, in het kader van het aangeboden (re-integratie)in-strument, niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing en/of sociale activering of, indien van toepassing, aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet; het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing en/of sociale activering of, indien van toepassing, aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet. Vierde categorie: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet of onvoldoende verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet of onvoldoende verkrijgen of behouden van een voorliggende voorziening, waaronder begrepen het verwijtbaar niet aanvaarden c.q. mislopen van inkomsten uit of in verband met arbeid; het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid of artikel 55 van de wet, voor zover het gaat om een belanghebbende, jonger dan 27 jaar, gedurende de periode van vier weken na de melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid van de wet; het volharden in het geen gebruikmaken van de door het college of van een daartoe door het college aangewezen derde aangeboden voorziening(en), waaronder begrepen scholing en/of sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel