Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening gemeente Lansingerland 2013

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en de begeleidingscommissie, de portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris, de (concern-) controller en het hoofd financiën. 4.. Over de uitkomsten van de interimcontrole wordt een verslag uitgebracht aan het college met een zogenaamde ‘managementletter’. Bestuurlijk relevante zaken worden ook aan de gemeenteraad gerapporteerd. Het college stelt de raad schriftelijk op de hoogte van zijn reactie op de aanbevelingen van de managementletter.

Rechtspraak bij dit artikel