Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II.

Artikel 3

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag

1.. De hoogte van de langdurigheidstoeslag bedraagt: voor gehuwden: 40% van de bijstandsnorm voor gehuwden exclusief vakantietoeslag; voor een alleenstaande ouder: 40% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder met een gemeentelijke toeslag van 20% van het netto minimum loon exclusief vakantietoeslag; voor een alleenstaande: 40% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande met een gemeentelijke toeslag van 20% van het netto minimum loon exclusief vakantietoeslag. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. 3.. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11, of artikel 13 lid 1 van de wet, komt de ander in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel